De inhoud van de opleiding KK1
Rassenkennis
- Het aan de hand van afbeeldingen kunnen herkennen van regelmatig op Nederlandse tentoonstellingen uitgebrachte honden, het kunnen plaatsen van deze honden in hun betreffende FCI-rasgroep,
enige kennis omtrent het gebruiksdoel, werk / karaktereigenschappen.
Voedingsleer
- De verschillende nutriënten in de hondenvoeding en hun belang daarin.
- Begrippen als energie, stikstofbalans, biologische waarde van eiwitten, aminozuren, voedingswaarde van eiwitten, vetten en koolhydraten.
- De gevolgen van tekorten en overdoseringen van de verschillende nutriënten.
- De anatomie van het gebit en het spijsverteringskanaal en kennis van de wijze van vertering van de verschillende nutriënten.
- De verschillende voedingsmiddelen en de wijze van aanbieding.
- De verschillende vormen van commerciële hondenvoeders en van de voor- en nadelen.
- Afwijkende voedingen, drachtige en zogende teef, pups en opgroeiende honden.
Voortplanting
- De anatomie van de mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen.
- De voortplantingscyclus bij de teef; de duur van de verschillende periodes (pro-oestrus, oestrus,
met-oestrus en an-oestrus) en kennis van de uitwendige verschijnselen en gedrag die hiermee gepaard gaan.
- Het normale gebeuren bij de dekking en tijdens de dracht.
- Het normale verloop van de partus en het herkennen van afwijkingen hiervan.
- Mogelijke hulp bij de geboorte en bij pasgeboren pups.
- Het belang van het colostrum.
Gedragsleer
- De verschillende periodes in de groei van de pup. (vegetatieve fase, inprentingfase, socialiseringsfase).
- Het belang hiervan en hoe er mee om te gaan.
- De basisprincipes van het normale gedrag. (Roedelgedrag, rangorde, dominantie, onderwerping, communicatie en territoriumgedrag).
Erfelijkheidsleer
- De basisprincipes van de erfelijkheidsleer zoals de wetten van
Mendel, verschil genotype, fenotype, homozygoot / heterozygoot, dominantie /
recessiviteit / incomplete dominantie, mutaties, geslachtsgebonden vererving.
De in de kynologie gehanteerde terminologie.
Gezondheidsleer
- Het voorkomen en bestrijden van de meest voorkomende in- en uitwendige parasieten. (Vlooien, teken, luizen, mijten, spoel- en lintwormen).
- Een aantal infectieziekten (hondenziekte, parvo-virus, Hcc, leptospirose, kennelhoest, rabiës) en hun preventie.
- Het herkennen van een ziek dier. (Gedrag, niet eten, koorts).
- Het herkennen van uitwendig waarneembare anatomische afwijkingen zoals afwijkende gebitstanden, entropion, ectropion gespleten verhemelte, staartafwijkingen, meertenigheid.
Verzorging en huisvesting
- De verzorging van verschillende vachtstructuren, gebit, nagels, oren en ogen.
- De huisvestingsnormen zoals vervat in het Waak- en Heemhondenbesluit.