C.A.C.I.B. is een afkorting uit het Frans voor Certificat dÁptude au Championnat International de Beauté, ofwel het Internationaal Kampioenschap.
Het C.A.C.I.B. wordt uitgereikt aan de beste reu en beste teef van ieder ras, mits deze de kwalificatie uitmuntend heeft behaald en de hond is ingeschreven in de Open klasse, Gebruikshondenklasse of Kampioensklasse.
De hond van een Nederlandse eigenaar moet zijn ingeschreven in het N.H.S.B. Voor een buitenlandse eigenaar geldt dat de hond moet zijn ingeschreven in het betreffende stamboek van zijn/haar land.
Het C.A.C.I.B. geldt als één punt om een definitief internationaal kampioenschap te bereiken. Het C.A.C.I.B. mag worden toegekend; de keurmeester heeft het recht het C.A.C.I.B. in te houden als hij de kwaliteit van de hond net niet goed genoeg vindt. Het C.A.C.I.B. kan doorschuiven naar de hond die het reserve C.A.C.I.B. heeft gekregen, als de hond die het C.A.C.I.B. heeft gekregen al definitief kampioen is.
Om definitief internationaal kampioen te worden moet de hond voldoen aan een aantal criteria. Hierbij is er een verschil tussen rassen met werkproeven en rassen zonder werkproeven.
De titel moet worden aangevraagd bij de F.C.I. via de Raad van Beheer. Hierbij moeten de gele kaarten, die als bevestiging van een C.A.C.I.B. zijn ontvangen, meegestuurd worden evenals een kopie van het eventuele werkdiploma.
In diverse landen binnen de F.C.I. worden eigen regels gehanteerd voor het toekennen van het C.A.C. Zelfs de toekenning van het C.A.C.I.B. – dat overal hetzelfde zou moeten zijn omdat ook die landen onder dezelfde F.C.I. ressorteren – verschilt vaak van land tot land. Dit wordt veelal veroorzaakt doordat de verschillende landen ook verschillende klasse-indelingen kennen en een eigen systeem van toekenning hanteren.